Vandaag rijden we letterlijk de hitte in. We verlaten de kust en trekken het binnenland van Spanje in, richting Ponferrada. Daar loopt de temperatuur op tot maar liefst 36 graden. Ons doel van vandaag is Las Médulas, waar ons een wandeling van zeven kilometer wacht, met zo’n 240 hoogtemeters. Een mooie uitdaging, zeker met deze temperaturen.
Eerst pakken we onze spullen weer bij elkaar en laden alles in de auto. De nacht was niet helemaal ideaal. We hebben mogen meegenieten van een compleet hondenkoor dat zich tot diep in de nacht liet horen. Jammer dat de schuifpui van het appartement zo gehorig was, want verder was het echt een topverblijf. We laten de sleutel achter en rijden rond een uur of tien weg.
De route voert ons dwars door het rustige binnenland. Over smalle, afgelegen weggetjes slingeren we door kleine dorpjes en talloze bochten. Af en toe kunnen we even doorrijden, maar meestal is het rustig tokkelen. Een kort stuk snelweg brengt ons richting Parandones, waarna we opnieuw een N-weg opgaan. Dan gebeurt het ineens. Voor ons duikt een fascinerend landschap op van bizarre, roodkleurige rotsformaties. We zijn aangekomen in Las Médulas.
We parkeren de auto op Aparcamiento Las Médulas, midden in de brandende zon. Onze overgebleven boodschappen zullen daar niet blij van zijn, maar veel keuze hebben we niet. We trekken de straps van onze rugzakken aan en starten de Komoot-wandeling.
Wat meteen opvalt, zijn de zwartgeblakerde bomen die verspreid door het gebied staan. Zou hier brand hebben gewoed? Later in het hotel raadplegen we Google. Vorig jaar augustus troffen grote natuurbranden ook Las Médulas. Oude kastanjebomen gingen verloren, net als het bezoekerscentrum en het uitkijkpunt van Orellán. Een trieste gedachte.
De okerkleurige bergpieken zelf zijn gelukkig gespaard gebleven. Ze danken hun bestaan aan de Romeinen, die hier in de eerste eeuw na Christus goud wonnen. Las Médulas was ooit de grootste open goudmijn van het Romeinse Rijk. Naar schatting haalden de Romeinen hier zo’n twee miljoen kilo goud uit de grond. Tegenwoordig is het een drukbezochte attractie en sinds 1997 prijkt het gebied op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.
We wandelen door het dorpje Las Médulas en proberen bij de kerk een geocache te vinden. Net als onze drie voorgangers slagen ook wij daar niet in. Bij Restaurante Ágora slaan we af. Het is er druk. Gelukkig staat de aanwezige schooljeugd net op het punt om terug naar de bus te gaan en trekken ze niet met ons dezelfde route op.
Voordat we echt aan de wandeling beginnen, eten we eerst onze vers gemaakte broodjes op. Op een losgeknipte vuilniszak houden we een geïmproviseerde picknick. Karin heeft nog steeds veel last van haar rug en na het eten moet ik haar zelfs even overeind helpen. Daarna gaan we op pad.
Het pad loopt geleidelijk omhoog langs eeuwenoude kastanjebomen. Onderweg komen we een waarschuwingsbord tegen waarop de gemeente aangeeft niet verantwoordelijk te zijn voor eventueel vallende stenen. We zoeken nog naar een paar geocaches, maar na meerdere mislukte pogingen geven we het maar op.
Voor we het goed en wel beseffen, staan we onderaan de klim naar de Mirador de Orellán. Een stevige beklimming van ongeveer tweehonderd hoogtemeters wacht op ons. Onderaan spreekt een Spaanse man ons aan. Geen idee wat hij precies bedoelde. Ik besloot er maar van uit te gaan dat het boven de moeite waard zou zijn.
De klim over het stenige pad is pittig. Zweten, hijgen en vooral doorgaan. Maar eenmaal boven worden we rijkelijk beloond. Het uitzicht over Las Médulas is werkelijk adembenemend. We helpen een man die verrassend goed Engels spreekt met het maken van foto’s. Hij maakt foto’s van ons, wij van hem. Zelfs een Nederlands “dank je wel” rolt er bij hem uit.
We genieten nog even van het uitzicht en bekijken de ingang van de oude mijnen. Naar binnen gaan laten we achterwege. We kiezen ervoor om af te dalen naar het dorp.
Beneden ploffen we neer bij Restaurante Ágora. Tot half vier kunnen ze nog bestellingen aannemen. Het is vijf voor half vier. Perfecte timing. We bestellen een salade, soep en een deelplank mixed grill. Uiteindelijk blijkt het veel te veel eten te zijn. De salade en soep smaken prima, maar het vlees vinden we veel te vet. Karin sluit af met een ijstaartje en ik neem een café americano.
Met gevulde buikjes lopen we rond kwart over vier terug naar de auto. Vanaf de parkeerplaats is het nog een klein half uurtje rijden naar ons hotel in Ponferrada. De stad blijkt veel groter dan ik me ooit had voorgesteld. We rijden er van oost naar west dwars doorheen naar het Marriott Hotel, waar we de auto even voor de deur op een tijdelijke parkeerplek zetten om uit te laden.
Na het inchecken parkeren we de auto in de parkeergarage tegenover het hotel. Op de kamer is het nog steeds bloedheet. Met 35 graden buiten moet het binnen zeker nog dertig graden zijn geweest. We springen onder een koele douche om het zweet van de dag van ons af te spoelen.
Daarna nemen we een biertje. En nog eentje. En vooruit, nog één. De plannen voor de avond verdwijnen geruisloos naar de achtergrond. Na een warme, indrukwekkende en inspannende dag besluiten we precies te doen waar vakantie soms ook voor bedoeld is: helemaal niets meer.


