8 juni 2026 – We waren gisteren vroeg naar bed gegaan na de vermoeiende reis- en wandeldag. Vannacht werd ik nog even door Karin gewekt toen ze in het donker door de kamer aan het spoken was en niet op het bed, maar op de grond ging zitten. Ik dacht even dat ze uit bed was gevallen, maar dat bleek niet zo te zijn.
Om 07.00 uur werd ik gewekt door het gezang van een heel erg ADHD-achtig vogeltje. Dat hadden we gisteravond ook al gehoord, maar ik kan het fluitje niet thuisbrengen. Een Google AI-opdracht gaf aan dat het een Cirlgors kon zijn, maar er zijn best veel soorten gorzen. Het vogeltje zorgde er in ieder geval voor dat we om 07.00 uur naast ons bed stonden. Even een snelle blik naar buiten, want er zou vandaag slecht weer komen. Daarna nog even de weerapp checken, maar die voorspelde inmiddels weer iets heel anders dan gisteren. We zitten in een bergachtige omgeving en dan kan het weer ieder uur veranderen.
De spullen mee, een half brood beleggen met onze mortadella con aceitunas. Heel veel stank, maar weinig smaak. Deze is dus richting het vierkante archief verhuisd. Doedeldedokie!
We reden de steile berg af naar de grote gratis parkeerplaats in Las Arenas. Vandaar vertrekt om 08.10 uur de bus naar Poncebos, waar de wandeling door de Cares-kloof begint. Mooi, nog even tijd om een koffietje te bestellen bij El Buen Llantar del Picu Urriellu. We bestelden twee koffie to go voor vier euro en dat bleek een uitstekende keuze. Een heerlijke koffie om even wakker te worden.

Rond 08.15 uur werd de buschauffeur afgezet door zijn vrouw en stapte hij in. Even blazen om te controleren of hij geen alcohol op had en daarna startte hij de bus om vervolgens zonder ons en alle andere passagiers weg te rijden. Pas tien minuten later kwam hij terug en konden we één voor één instappen. Hij moest blijkbaar allerlei extra handelingen uitvoeren, maar echt opschieten deed het niet.
Rond de tijd dat we eigenlijk al in Poncebos hadden moeten zijn, vertrokken we eindelijk. We reden omhoog via een bochtige weg die eigenlijk helemaal niet geschikt was voor bussen. Bij Funicular Poncebos stopte hij en kon de wandeling beginnen. Het was nog rustig. Er stonden weinig auto’s en eigenlijk dacht ik dat we best met de huurauto hadden kunnen rijden. Bij het begin van de wandeling stonden slechts vier auto’s geparkeerd. Op de terugweg was dat overigens wel anders en stond de hele weg vol.

De Ruta del Cares verbindt de dorpen Caín, in de provincie León, en Poncebos in Asturië. Het pad loopt langs de rivier de Cares en snijdt dwars door het hart van het nationaal park Picos de Europa. Oorspronkelijk werd het pad tussen 1916 en 1921 aangelegd om arbeiders toegang te geven tot een waterkanaal dat door het gebergte liep. Op verschillende plekken zie je dat kanaal nog tussen de bergen verschijnen. Het is een vernuftig staaltje ingenieurskunst.

Door de jaren heen groeide de route uit tot een geliefde wandelbestemming dankzij de spectaculaire uitzichten onderweg. Tegenwoordig trekt de Ruta del Cares duizenden wandelaars van over de hele wereld, die allemaal komen om de natuurlijke schoonheid van de Picos de Europa te ervaren. Het hoogtepunt van de wandeling is zonder twijfel de Cares-kloof zelf. Dit dramatische ravijn werd gedurende duizenden jaren uitgesleten door de rivier en biedt een spectaculair decor voor een wandeling. De steile kalkstenen wanden torenen hoog boven je uit en ver onder je hoor je de Cares kabbelen.

Halverwege de route besloten we om om te draaien. Met mijn kuit moet ik toch nog een beetje oppassen, maar dat weerhield ons er niet van om een steile afdaling te ondernemen door een puinveld en over verraderlijke geitenpaadjes. Na een half uur ploeteren kwamen we veilig beneden aan.

Vanaf hier liep het pad slechts zo’n twintig meter boven de rivier langs, met aan weerszijden hoog oprijzende bergwanden. Hier is het magisch. Waar de klassieke route druk en toeristisch aanvoelt, hoor je beneden alleen het bulderende, kristalheldere water. Je loopt tussen gigantische, gladgesleten rotsblokken en ervaart de kloof pas écht vanaf de bodem. Het is het ultieme “geheime en niet zo veilige” Cares-gevoel.

Dat het niet helemaal veilig was daar beneden, ontdekten we even later. Aan de overkant kwam een flinke lawine van stenen naar beneden. De steenslag klonk behoorlijk hard op de rotsen die in de rivier lagen. Boven op de helling zagen we een kleine kudde berggeiten die onverstoorbaar verder graasde.
Onze conclusie was dan ook simpel: zodra we iets hoorden vallen, gingen we dicht tegen de rotswand staan. Gelukkig kwam er daarna geen steen meer naar beneden en konden we genietend onze wandeling afmaken tot aan Poncebos. Vandaag hebben we 360 hoogtemeters overwonnen in net geen tien kilometer, terwijl ik nog steeds herstel van de zweepslag in mijn linker kuit. Daar waren we best trots op.

We stonden vervolgens een uur te vroeg bij de bushalte. Daar stond ook al een bus, maar het was weer hetzelfde liedje als vanmorgen. Geen buschauffeur te bekennen. Die kwam tien minuten later op zijn gemakje aanwandelen. Omdat ik de kaartjes online had besteld, stond er een specifieke tijd op. Een uur eerder instappen leek dus een probleem. De buschauffeur begreep er niets van en stuurde ons uiteindelijk gewoon de bus in. “Het zal wel goed zijn,” zei ik tegen Karin. Twintig minuten later stapten we uit in Las Arenas.
Aangezien het eten hier pas laat op de avond begint, besloten we meteen wat te gaan eten bij El Buen Llantar del Picu Urriellu, waar we vanmorgen die lekkere koffie hadden gedronken. We kregen een enorme schaal met sla, chorizo, ham, ei, brood (“poco de pan”) en een paar verdwaalde frietjes. Voor 35 euro was dit een flinke maaltijd inclusief een drankje en zeker niet duur.
Daarna reden we naar de supermarkt voor wat boodschappen. Iets lekkers voor vanavond, water en bier. Karin vindt het kraanwater hier niet lekker smaken.
Terug bij ons appartementje pakten we een ijskoud biertje uit de koelkast. Nou ja, maak daar maar een bier-slushpuppy van. Ze hadden iets te dicht tegen de achterkant van de koelkast gestaan. Maar dat mocht de pret niet drukken. De zon begon weer te schijnen en we hebben inmiddels ook een paar Nederlandse buren.
Morgen gaan we op bedevaart naar Covadonga en de meren van Covadonga.


