nuntale-bupsa

Pijnlijke knieën in bupsa

31 maart 2004 – Vanmorgen was ik al voor 6 uur wakker. Vannacht nog op expeditie geweest. Ik moest namelijk naar het toilet rond een uur of één. Echter was de Franse plee bezoeken hier nogal een probleem. Ik moest namelijk eerst de lodge openbreken om buiten naar het toilet te kunnen. Wat deden mijn knieën nog steeds zeer.

Dit was er vanmorgen nog steeds. Na het ontbijt heb ik samen met Jim een Engelsman uit een andere groep een lokaal zalfje geregeld. Hij had ook flink wat problemen met zijn knieën. We kregen een soort van Diclofenac zalfje? Ik ken het alleen als pil. Maar dit zou moeten helpen. Daarna heeft Sandra mijn knieschijf gefixeerd, zodat deze stabiel bleef en ik niet als een dolle de 800 meter kon afdalen.

De hele morgen gezellig met Mieke lopen keuvelen over de gehandicapten sport. Zodoende schoot de tijd goed op en stonden we binnen de kortste keren bij de Dudh Koshi rivier op 1500 meter.

Vanaf hier begon de klim naar Bupsa. In het gehucht Jubing hadden we een theestop, waar ik de tape heb verwijderd. Mijn benen werden meteen gratis onthaard.

In Karikhola hebben we gelunched. Frietjes met over de datum zijnde ketchup en de standaard tomatensoep.

Na de lunch was het een klein beetje naar beneden en in 45 minuten gruwelijk steil naar boven. Na 10 minuten had ik al een kapotte koppakking en gruwelijk last van aandrang. De gids Kamadawa vertelde dat de klim nog zeker een half uur duurde. Ik heb er toen maar voor gekozen om het lokale rijstveld te voorzien van verse mest. Heeft wel iets om zo in de vrije natuur eens lekker te gaan zitten. Sta je op pak je de rugzak en kijk je recht in het gezicht van een Nepalese vrouw. Oeps… Lachend keek ze mij aan. Ja hoor snel ervan tussen en de berg op richting Bupsa.

Net voor Bupsa begon het te regenen en dat doet het tot nu toe nog steeds. Nu zitten we in een hele leuke lodge. Yellow top lodge en slapen M&M samen met Frank weer gezellig in één kamertje. Nog even gedoucht en geschoren, want ik had alweer een baard van 5 dagen. Nu zitten we te relaxen. Even lekker voor mijn knieën. Het regent en soms pijpenstelen. Toen dit ophield zagen we ineens witte toppen op de bergen om ons heen. Het heeft dus gesneeuwd op ongeveer 3000 meter hoogte. Wie weet lopen we morgen dus in de sneeuw?

Junbesi - Nuntale

Junbesi – Nuntala

30 maart 2004 – Gisteravond was daar dan het onvermijdelijke. Heerlijk aan de racekak geweest, na het smerige avondeten. Koude friet met een spinazie loempia.

Vandaag was dus ook een echte kutdag. Vanmorgen was ik al wat slapjes. Het was 9 graden en heb het vannacht niet koud gehad. Het lopen ging vandaag voor geen meter. Gruwelijk afgezien tijdens de laatste afdaling van 900 meter. De kleine steentjes komen echt mijn strot uit. Je glijd hier constant over uit en dan je hele lichaam is continue bezig om het evenwicht te zoeken. Ik had er geen kracht meer voor. Het was dus de hele dag afzien in de Nepalese hitte. Ook nog goed verbrand in mijn gezicht en op mijn nek.

Een lichtpuntje was dat we vandaag voor het eerst een blik konden werpen op de hoogste berg van de wereld. Vanaf deze afstand (60km.) is de mount Everest niet zo indrukwekkend. Maar hopelijk staan we binnenkort recht tegenover deze reus. Jammer dat het heiig is door smog en droogte.

Toen we zojuist in Nuntala arriveerde was ik compleet afgepeigerd. Mijn knieën brandde gewoon. Het leek wel of ze in de fik stonden. De pijn aan mijn knieën was zo heftig dat ik de zere tenen niet meer voelde.

Nu liggen we wat uit te rusten op onze kamer, afgescheiden door wat planken. Zodadelijk eten. Drie keer raden wat?? Jawel spaghetti en tomaten soep.

Hopelijk gaat het morgen allemaal weer wat beter. We beginnen morgen met afdalen en ’s middags beginnen we met de definitieve stijging naar Namche Bazaar.

Sete - Junbesi

Sete – Junbesi

29 maart 2004 – Ik heb vannacht voor het eerst echt slecht geslapen. Mijn neus zat helemaal dicht en ik had super last van mijn keel. Daarnaast had ik ook nog eens steenkoud. 2 uur slapen, 1 uur wakker enzovoort. Een hele lange nacht als je weet dat we er al om 20.30u naar bed waren gegaan. Om 6 uur stonden we weer op. De standaard opsta tijd in Nepal.

Vandaag stond een hele zware dag op het programma. Na het ontbijt waren Manuel en ik dan ook als eerste van de groep aan de gang gegaan. Dikke fleece aan, want het was toch wel oud. Maar na 10 minuten kon de fleece al weer uit en kon de anti zonnenbak alweer opgesmeerd worden.

Na bijna 1000 meter klimmen van 2580 meter naar 3550 meter en 1000 zweetdruppeltjes kwamen we aan bij een lodge, waar we de lunch hebben genoten. De paden waren bezaaid met heel veel kleine stenen en grote stenen. Onderweg liepen we langs prachtige grote rododendron bomen in roze en rood. De lunch bestond uit tomatensoep en roerei op een sapati.

Nog een fotootje van de smerigste en goorste plaatselijke plee konden we naar de top van de Lamjura pas. Hier hadden we een korte pauze op de top. Tijdens de zware afdaling, begonnen mijn kruisbanden flink op te spelen. We pauzeerde maar even, voordat we het laatste stukje naar Junbesi op 2650 meter liepen.

Een beetje dollen met de gids is altijd leuk, dus de nieuwe gids Kamdawa liep al de hele tijd met ons te kletsen. We liepen best wel weer een stuk voor de groep uit en de gids moest bij ons blijven. Dus even het tempo er flink op tijdens de afdaling. Ook goed voor mijn kruisbanden, want dan hoef ik niet zo tegen te houden. Hij moest flink zijn best doen om ons bij te houden. Toen we weer een beetje uitgeraasd waren ging het weer omhoog. Met migo Pantani al berggeit voorop ging het weer even snel omhoog. Kamdawa kon het echt niet meer bijhouden en wilde zelfs ermee stoppen om de rest van de groep te wachten. Wij wilde door naar beneden. Ik liep aan en de rest volgde en toen moest de nieuwe gids dus ook weer met ons meelopen.

We zitten nu in de gaafste lodge tot nu toe. Warm water in de douche en prachtig grote kamers. Net weer lekker (vies dus) gegeten. Morgen weer wandelen. Verrassend hè

Bhandar - Sete

Bhandar – Sete

28 maart 2004 – Gisteravond nog wel even onder de douche (tuinslang) gesprongen. Na 5 minuten ijskoud water vangen, want er kwam alleen maar een piesstraaltje uit, werd het water daarna gloeiend heet. Dat was wel even heerlijk. Jammer dat je rondjes moest rennen om het water op te vangen.

Als avondmaal hadden we een Mount Everest bord Friedrice met roerbak ei. Hier kon bijna de halve groep van eten!! Tijdens de verdere avond hadden we voor het eerst geen bier gedronken en dat bevalt eigenlijk wel prima. Vannacht dus geen pitstops voor plaspauzes in het lokale schijthok. We zijn dan ook lekker vroeg de slaapzak ingekropen. Om 9 uur lagen we er al in.

Vanmorgen zijn we weer om 6 uur opgestaan. Het wordt al een beetje standaard. Lenzen erin, spulletjes pakken en weer op pad.

De route van vandaag was een relaxte route. Wel de hele dag vol in de zon en als afsluiter de steilste klim van de trekking. De lunch hebben we gehad in het door Maoïsten beheerste plaatsje Kenja. Een heerlijke Noodle soep met een dikke pannenkoek. De reisleidster Sandra heeft overleg gehad met de Maoïsten. De plaatselijke toeristen uitmelkers en voor 1000 roepies per persoon mochten we onze trekking vervolgen. Stelletjes afzetters dat het zijn.

Na de lunch werd het zweten. Vanuit Kenja de steile poekel op. 1000 meter steil omhoog. Ik besloot één van onze gidsen die iets teveel Dahlbath had gegeten achter ons te laten. Het pad is te vergelijken met de preekstoel in Noorwegen. Het enige verschil is dat we er 4 uur langer over deden en de paden super stoffig waren.

Frank en ik haalde als eerste het plaatsje Sete, nadat we een half uur eerder onze dragers inhaalde, die twee uur eerder waren vertrokken. Goed moe maar voldaan hebben we toen maar zitten wachten totdat de rest van de groep arriveerde. Ter plaatsen ging de reisleidster met de gidsen opzoek naar een slaapplaats.

Moet eerlijk bekennen dat mijn voeten het langzaam aan zwaar krijgen. Mijn hakken zitten tegen de blaren aan en enkele tenen zijn hier en daar kapot. Alles maar gebalsemd en afgeplakt. Hopelijk gaat het geen probleem opleveren.

Morgen de rest van de steile pas. Nog 900 meter omhoog en dan 1000 meter omlaag.

Shivalaya - Bhandar

Shivalaya – Bhandar

27 maart 2004 – Vandaag een iets zwaardere tocht dan gisteren van Shivalaya naar Bhandar. Tijdens het ontbijt eerst twee Tibetaanse broden met jam naar binnen proberen te drukken, maar dat is nogal moeilijk als de avond ervoor iets teveel bier hebt gedronken. 3x 650ml en 2x 350ml San Miguel. Gelukkig heb ik van Karin geleerd dat je dan veel water moet drinken. Dat heb ik dus gedaan alvorens we naar bed gingen. Die 2 liter water lagen wat zwaar op de maag vanmorgen.

Al dat vocht moet er natuurlijk ook weer uit en dat heb ik gemerkt. Vier keer een plaspauze in moeten lassen. Na het ontbijt nog snel wat pindasaus wegbrengen op de plaatselijke hangplee, waarna de veters weer strak aangetrokken konden worden. Tijd om weer op pad te gaan.

Vanaf Shivalaya op 1750 meter was het direct omhoog langs prachtige terrassen met rijst en tarwe om na flink wat zweetdruppeltjes op 2750 meter uit te komen. Dat was 1000 meter omhoog in een rustig maar gestaag tempo. Nu stonden we op de Deurali pass. Tijd om wat te lunchen.

Na roze tomatensoep met een bol knoflook en een appel pannenkoek mochten we een uurtje afdalen naar 2150 meter, waar ik nu in Bhandar in een straf windje zit te schrijven. Op de weg naar beneden hebben we nog even een klein boeddhistisch klooster bezocht, waar monniken aan het bidden waren. Heel erg leuk om te zien.

Jiri - Shivalaya

Jiri – Shivalaya

26 maart 2004 – Vanmorgen zijn we alweer om 6 uur lokale tijd opgestaan. Dag 1 van de trek stond op het programma. Jiri – Shivalaya. Het standaard ochtend ritueel werd weer afgewerkt. Schijten, ontbijten en pleiten.

Eerst heb ik met Frank bij een lokale winkel nog anderhalve meter katoen aangeschaft. Dat konden we dan onder onze pet dragen, zodat we geen knalrode nek krijgen.

Daarna was het op weg. Vier uur lang berg op en berg af. Het was 29 graden en dus lekker zweten. Na de thee moesten we alleen nog afdalen richting Shivalaya. Om 12 uur waren we er al. We konden dus de hele middag relaxen. Tijdens het middag eten kregen we tomaten soep en chapaties met roerbak ei. Daarna heb ik nog maar even de was gedaan en me geschoren.

Tijd voor een biertje.. Oh ja er was ook nog een flinke discussie. HT wandelreizen had het goede idee om batterijen in te zamelen. Alleen bleek dit een groter probleem te zijn dan ze hadden gedacht. Na 1 dag hadden we al 3 kilo. De vraag nu was, wat de Maoïsten hiervan gaan vinden? “Of we misschien hier een bom van gingen maken”? Dat soort discussies werden er gevoerd tussen Sandra en de gidsen, dragers. We besloten dat we uiteindelijk 1 kilo per persoon mee te gaan nemen. Dit is natuurlijk een naald in een hooiberg, dweilen met de kraan open, water naar de zee dragen, druppel op de gloeiende plaat. Want de bevolking flikkert standaard de vuilnes over de hangbrug.

Nu dendert de plaatselijke veestapel over de hangbrug in Shivalaya. Misschien om verpatst te worden in Jiri.

Bus van Kathmandu naar Jiri

Kathmandu naar Jiri

25 maart 2004 – Vandaag met de bus van Kathmandu naar Jiri. Vannacht heb ik slecht geslapen. Het leek wel of de honden in Kathmandu vergadering hadden onder ons hotel. Wat een klote joekels. Na 4 uur naar dit gejank te hebben geluisterd was ik het beu en heb in het donker naar mijn oordoppen gezocht en ingedaan. Die werkte zo goed dat Manuel me vanmorgen moest wakker schudden. Hij had al gedouched en ingepakt en heeft toen een kwartier sjorren voordat ik eindelijk wakker werd.

Het was dus even opschieten. Douchen, inpakken en wat spullen uit mijn bagage. Deze lieten we in Kathmandu achter. Wat vuile was en spullen die we tijdens de trek niet nodig hebben. Nog even snel ontbijten en pleiten.

Het busritje van Kathmandu naar Jiri is 185 kilometer. Het was flink hotseknotsen en op en neer tussen de 800 en 1500 meter. Ook was het nog eens erg heet tijdens de rit. De temperatuurmeter in de bus gaf 34 graden aan. Om half elf zijn we in een klein dorpje gestopt voor lunch. Het was alleen de Nepaleese keuken waar we uit konden kiezen. Dahl Bath stond dus op het programma. Wat smerig was dat en lekker nassen met je handen. Hier hebben we misschien ook nog de gekke snikkel ziekte opgelopen. Wat een mooie, maar smerige ervaring. Volgens Manuel aten de bacteriën hier door je zolen van je schoenen heen.

Daarna was het weer verder via de ontelbare haarspeldbochten. Onderweg kregen we nog een hele dreigende controle van wat militaire die op zoek waren naar Maoisten (of misschien wel Bin Laden). Met een dikke mitrailleur stond hij daar met van die grote ogen midden in de bus. Je voelt je ineens heel klein. Gelukkig mochten we even later weer doorrijden en na 10 uur met een gemiddelde snelheid van 20km/h bereikten we dan eindelijk het bergdorp Jiri op 1950 meter hoogte.

Morgenvroeg gaat het dan echt beginnen. Vanaf de lodge kunnen we het begin van de trek goed zien lopen.

’s Avonds zijn we nog even door het dorp gewandeld en werden er door onze gidsen Kumar en Kamdada sterken verhalen verteld. We dronken nog een lekker koud San Miguel biertje. En jawel de prijzen van het bier beginnen al flink te stijgen. Hier kost een biertje al 220 roepies terwijl deze in de hoofdstad op 100 roepies lag.

De lodge is best wel goed. Schoon en gezellig. Toen we even vanaf het balkon met de zaklantaarns rondzwaaide kwam de overbezorgde bedrijfsleider ons melden dat we dat beter niet konden doen. Het kon zomaar zijn dat we een niet genezende tika tussen je ogen kon krijgen. Dit omdat het leger lichtsignalen meteen beantwoord. Oeps… We zijn maar snel naar bed gegaan.

Bothnath tempel in Kathmandu

Tempels in Kathmandu

24 maart 2004 – Ik deed om 5.18 voor het eerst mijn ogen open. Even kon ik nog lekker rommelen, voordat ik die andere pipo op tijd wakker kon maken. vandaag gingen we de tempels in Kathmandu bezoeken.

Nadat ik mijn pijpen van mijn afritsbroek terug had gekregen, konden we op pad naar de Swayambhu tempel. Alle reisgenoten hadden kleine dikke oogjes van de vooral korte nachtrust. Met frisse zin Boedatje kijken. Via de achtertuin van menig Nepalees richting tempel. Na een wandeling van een uurtje waren bij de voet van de tempel. We konden beginnen met de ochtend gymnastiek. 70 meter klauteren naar de top, via de vele traptreden. Deze mochten we later ook weer naar beneden.

Toen we terug waren bij het hotel kregen we ontbijt. Cornflakes (met water yak melk) en bedorven yoghurt met rotte banaan. Nog wat toast met diverse eitjes (van een kip) met boter en rode kleurstof jam.

Na het ontbijt was het 10 uur en zaten we aan het eerste biertje. We moesten natuurlijk blijven proosten op een goede afloop.

We zijn net terug van een dagtocht in de omgeving van Kathmandu. Met de hele groep zijn we als eerste naar Durbar Square. De 4 heren Manuel, ik, Peter en Frank vonden hier niet zoveel aan. Hier wordt elke 2 meter lastig gevallen door Nepali, die rotzooi willen verkopen. We zijn bovenop 1 van de tempels gaan zitten en werden toen met rust gelaten.

Na het bezoek aan Durbar Square zijn we richting Thamel gegaan. Onderweg naar Thamel hebben we nog wat schijtpapier en water gekocht. In Thamel aangekomen hebben we wat gegeten op een dakterras, waarna we een dikke 3 kwartier een internetcafé indoken. Even Karin gemaild en een standaard mailtje aan iedereen in Nederland.

Daarna hebben we nog even op het gemak door Thamel geslenterd. Wat een zooi wordt hier verkocht. Ook outdoor gerei, waarop je zelf het merk mag bepalen. Daarna was het met twee riksja’s terug naar het hotel, waar we nu weer zitten te wachten om naar de grootste tempel van Nepal te gaan. Dit is de Bothnath.

De Bothnath is dan wel de grootste, maar de apen tempel van vanochtend was zeker mooier. Vanaf het dakterras van restaurant Heavenly view (Roadhouse Cafe) hadden we mooi uitzicht op het plein van de Bothnath.

Terug bij het hotel hebben we nog een biertje gedronken op de goede afloop, waarna we alweer naar bed konden. Dit was dan het dagje tempels in Kathmandu kijken. Nog even douchen, scheren en inpakken. Morgen vertrekken om 7 uur naar Jiri vanwaar onze trek naar mount Everest gaat beginnen.

Doha Airport

Op naar Kathmandu

23 maart 2004 – Nu zitten we in deel 3 van de reis. Op naar Kathmandu. Toch hebben we op de luchthaven van Doha nog wat meegemaakt. Toen we uit moest stappen ben ik mijn jas vergeten. Wie denkt er nou aan een jas als het buiten 45 graden. Da’s dus mooi K#T. Ik denk hem namelijk wel nodig te hebben als we straks in Nepal zijn. Ik denk niet dat het boven nul is als we op 5000 meter staan.

We zaten al in de bus toen ik er achter kwam. Hier rijden namelijk de bussen je van het vliegtuig naar de transfer hallen. Ik heb meteen een mevrouw van de vliegtuigmaatschappij aangesproken en zei vertelde mij dat ik even moest wachten, nadat iedereen uitgestapt was. Waarschijnlijk heeft zei iemand opgeroepen om mijn jas gaan te halen, want 10 minuten later kwam er een hele dikke BMW 7 patserbak terug bij de transferhal. Hieruit stapte 2 mannen strak in pak en een van hen had mijn zwarte NorthFace jas in zijn handen. “Thank you very much”, zij ik en was weer blij dat mijn jasje bij mij was.

Op de vluchthaven hebben we nog even een colaatje gedronken bij de McDonalds en zijn toen weer naar vliegtuig gegaan voor vlucht nummer drie.

Kort na opstijgen was het alweer tijd voor warm eten en niet veel daarna keken de stewardessen mij lelijk aan. Waarschijnlijk door de wat onfrisse gassen van een nog goed werkende sluitspier, die door het vliegtuig gingen.

Na een wat wiebelige landing waren we dan eindelijk geland in de grote stinkstad Kathmandu. Na de formaliteiten kregen we tot onze grote verbazing de bagage, zodat we snel richting bus konden. Hier werd onze bagage vakkundig afhandig gemaakt door de lokale euro jagers. Alstublieft zij Manuel en gaf een briefje van 20 euro. Doe normaal man? Dat is hier 3 maandsalarissen! Voor dat geld werd de bagage van heel de groep dan ook wel netjes in de bus gekiept. Op naar het hotel.

Hotel Amar is een goed hotel in de buitenwijken van Kathmandu. Nadat we gesetteld waren zijn we gaan eten in Thamel. Dit is de buurt waar alle toeristen komen. Na 5 euro aan roepies uitgegeven te hebben aan een lekker diner, gingen we voldaan terug naar het hotel. Bij het hotel aangekomen hebben Frank en ik nog een lekker biertje (650ml) gedronken. Daarna gassend naar bed, want morgen is het om 5.45u opstaan.

Op naar Nepal

22 maart 2004 – Eindelijk was het zover. Op naar Nepal, een dag waar ik eigenlijk al heel erg lang naar heb uitgekeken, maar vandaag kwam deze dag toch nog veel te vroeg. Vandaag vertrokken ik naar Nepal, maar ik wilden eigenlijk liever in Nederland blijven, omdat ik tot over mijn oren verliefd was.

Vanmorgen was ik vroeg opgestaan om nog een keer mijn spullen te controleren. Heb ik alles en moest ik nog wat extra dingen thuis laten. We mochten namelijk maar 16kg. bagage meenemen en dat is niet al te veel als je gaat bergwandelen voor 3 en een halve week. Je heb zware bergschoenen van al 4kg. bij. Dus was het passen en meten voordat we richting Schiphol gingen.

Eerst gingen we in Haarsteeg een klein gehucht onder de rook van ’s Hertogenbosch Manuel ophalen. Manuel is 28 jaar oud en woont nog gewoon thuis bij zijn ouders. Daar hebben zij een eigen bedrijf in temperatuur regelaars. Druk, druk, druk is zijn motto en heeft dus ook helemaal geen tijd voor zijn privé leven. Een vriendin daar heeft hij geen tijd voor en als ie tijd heeft dan is hij bezig met het aan de gang houden van zijn autopark. Een Volvo uit 69, een Landrover uit 76 en een Porsche uit 86. Oh ja hij rijd zelf nog een Mercedes C-klasse. Z’n dikke Duitse bak. Is voor de klanten in rond te rijden als ze deze ergens heen moeten brengen. Je moet als internationaal bedrijf toch wel wat aanzien hebben, toch?

Na een rustige rit kwamen we aan op Schiphol, waar onze andere reisgenoten al op ons stonden te wachten. Hè, hè zijn jullie daar eindelijk, was de eerste begroeting die we naar onze koppen kregen geslingerd. Hoezo ? Zijn we dan zoveel te laat? Het vliegtuig vertrekt pas over 2 en een half uur. Karin en ik namen maar kort afscheid van elkaar. We wilden niet dat we in tranen uitbarsten nu dat de tijd gekomen was om 4 weken elkaar niet te kunnen spreken en zien. Nepal is namelijk een 3e wereld land en elkaar zien of spreken is er dan bijna niet bij. We gingen in ieder geval proberen om contact te houden via de e-mail, want dat moest op sommige momenten mogelijk zijn.

De reis is van HT Wandelreizen en zij vliegen niet rechtstreeks naar Kathmandu maar via Engeland en Quatar. Het werd dus een hele reis voordat we in Nepal aankwamen.

Op Schiphol maakte we voor de tweede keer kennis met onze reisgenoten. Deze hadden we namelijk ook al 2 weken van te voren leren kennen tijdens een bijeenkomst in Woerden. Na het gebruikelijke handje schudden konden we gaan inchecken. De reisleidster (Sandra) had allemaal grote tonnen bij. “Wat zou hier in zitten”, dacht ik. Nou daar kwamen we snel zat achter. Al onze persoonlijke bagage werd gewogen en daarna gingen de tonnen open om deze te verdelen over alle niet te zware rugzakken. Ik werd opgescheept met een grote pot Duoponotie een halve liter pindakaas en 5 pasta overlevingpakketten. Dit eten was niet eens voor ons maar voor de tent trek die na onze reis van start ging.

Na de douane hebben we met z’n alle nog wat gedronken en zijn toen naar de gate gegaan, waar onze reisleidster alweer zenuwachtig op en neer aan het huppelen was. Zij was alweer bang dat we te laat zouden komen. Maar Manuel zij al iets van “Dat plezier dat gunnen we haar niet”. Dit was al de eerste irritatie die na mate de reis vorderde steeds meer naar boven kwamen.

Bij gate 48 hebben we ook alweer voor de reis afscheid genomen van Mieke. Mieke Kunders was ex reisleidster en ex stewardess en werkte nu als grondpersoneel bij KLM. Zij zou pas een dag later reizen, maar had toch nog een dag eerder vakantie gekregen van haar baas. Helaas kon ze niet meer met ons mee, maar nam zij een andere route naar Nepal. We zouden haar pas weer in Quatar zien, op de luchthaven van Doha. Zij wensten ons succes met de vlucht naar Manchester. “Waarom dan?”, vroegen wij. “Nou jullie vliegen met een KLM Cityhopper en als iets slechte vliegtuigen zijn, dan zijn dat die wel”. “Mooi”, dacht ik. Als je dan toch iemand schrik aan wil jagen dan moet het vooral zo doen.

Het vliegtuig was gloeiend heet. Waarschijnlijk was de airco dus ook al kapot. Maar uiteindelijk konden we gewoon op de geplande tijd opstijgen. Net na het starten zagen we Zandvoort onder ons. Ik kon het goed herkennen, want ik zag het circuit park heel mooi onder ons door schuiven. Na een paar uur vliegen kwamen we boven Engeland. Echt het Engelse landschap waar ik al eens met de auto doorheen ben gecrost. Heel veel elektriciteitscentrales die nog op steenkolen gestookt worden zag ik onder ons.

Toen was het tijd voor de landing. Ik weet niet of het aan het slechte weer lag of omdat we een wat minder stabiele piloot hadden, maar in ieder geval was de landing niet echt perfect. Een flinke ruwe landing was het gevolg.

Na het uitstappen moesten door naar de overijverige balie medewerker van de luchthaven die voor ons de transfers regelde naar Quatar. Waarschijnlijk wist hij dat we tijd zat hadden, want dit duurde en duurde. Hij wilde ons allemaal netjes bij elkaar in het vliegtuig hebben en dat was blijkbaar nog al moeilijk in wat later bleek een half vol vliegtuig.

Na een uurtje wachten konden we naar de vertrekhal, waar we weer mochten wachten. Al dat wachten is op de heenreis nog niet zo erg dacht ik, maar als we straks terug moeten, dan vind ik dit dus echt helemaal niets. Manuel en ik zeiden tegen elkaar, “Kom op het is vakantie, we nemen een echt Engels biertje”. En ja hoor, een Murphy’s van 5 euro. Oh nee, ik moet zeggen 4,90 euro. www.woekerkoersen.nl. Een positief ding. Hij smaakte heerlijk. Het vakantiegevoel kwam naar boven. Lekker zittend in de vertrekhal van Manchester. Die ze overigens aan het verbouwen waren. Dus zo mooi was het hier niet. Pas toen de stewardessen van Quatar er rondliepen werd het uitzicht een beetje interessanter. Het was nu nog even wachten op het volgende avontuur richting Quatar.

Ik ben net wakker geworden in de Airbus A330 van Manchester naar Doha. Doha is de hoofdstad van Quatar en ik moet zeggen dat dit de eerste keer is dat ik echt relaxed in een vliegtuig vlieg. Ik heb van de middelste rij stoelen, alle 3 de stoelen tot mijn beschikking. Heeft toch die overijverige balie medewerker zijn werk goed gedaan zou je zeggen. Maar nee. We zaten bij het opstijgen allemaal weer gezellig bij elkaar om het groepsverband beter te maken. Maar het bleek dat het vliegtuig maar half gevuld was. “Ja”, dat vind ik niet gek. Wie wil er nou naar Quatar? Een grote zandbak en je hebt er hier en daar wat kamelen. Niet echt een doel om lekker op vakantie te gaan. Misschien kan je daar rijk worden met het voetbal?

Ik lig zo languit op de middelste rij stoelen een beetje dromerig voor me uit te staren als ik de stewardessen aan zie komen. Het was tijd voor een ontbijt. Terwijl ik mijn eerste hap naar binnen werk zie ik een prachtige zonsopkomst door een van de raampjes. Niet veel later werd er omgeroepen dat we recht moesten gaan zitten, zodat de landing ingezet kan worden.

Inleiding Mount Everest trail

1 maart 2004 – Een dag die voor mij heel speciaal is geworden. Op deze dag ben ik bij Karin gaan wonen. Karin en ik kennen elkaar nu 4 jaar, maar dat was dan voornamelijk vriendschappelijk. Een nieuwe relatie, maar ik had al een jaar eerder besloten om samen met Manuel terug te gaan naar Nepal om daar de mount Everest trail naar Kalla Pattar te gaan lopen.

Op 22 maart 2004 zou ik voor 28 dagen vertrekken. Niet erg handig als je net een nieuwe relatie begonnen bent. De dagen schoten heel erg snel op en zo was het snel tijd om voor 4 weken afscheid te moeten nemen. Ik hoopte dat de afgelopen periode in mijn leven geen roet in het eten zou gooien, voor een van mijn meest uitdagende vakanties ooit. Samen met Manuel naar Nepal, om daar naar Kala Pattar te lopen. Dit is het uitzicht punt recht tegenover de Mount Everest op 5600meter hoogte. De reis duurt 28 dagen en van die 28 dagen ben je 21 dagen aan het lopen. Berg op en berg af. In deze blog het verhaal die ik had opgeschreven in een dagboek.