13 april 2026 – De nacht blijkt allesbehalve rustig te zijn geweest. Ik word meerdere keren wakker van dichtslaande deuren ergens in het hotel. Het geluid galmt door het gebouw heen en komt telkens hard binnen. Net als je weer een beetje in slaap valt, klinkt er opnieuw zo’n klap. Wie er op dat tijdstip steeds in en uit loopt, of waarom die deuren zo hard dichtvallen, blijft voor ons een compleet raadsel.
Het gevolg laat zich raden: een gebroken nacht en allesbehalve uitgerust wakker worden. Alsof dat nog niet genoeg is, blijkt Karin rond vier uur ook al wakker te zijn geworden van hetzelfde lawaai. Echt zo’n nacht waarin je continu half slaapt en half wakker bent, zonder ooit echt tot rust te komen.
Als de ochtend eenmaal aanbreekt, voelen we ons allebei nog behoorlijk moe. Het is zo’n begin van de dag waarop je lichaam eigenlijk nog even door wil slapen, maar je hoofd al weet dat dat er niet meer in zit. Met lichte tegenzin stappen we uiteindelijk uit bed en maken we ons klaar voor het ontbijt. Echt uitgerust voelen we ons niet, maar een beetje eten en koffie zal hopelijk wonderen doen.
Onderweg naar beneden komen we de Duitsers weer tegen. Hun kamer is inmiddels helemaal leeg en ze staan op het punt om te vertrekken. Zo snel kan het dus gaan. Even een kort knikje en ze zijn alweer onderweg.
In de ontbijtruimte lopen we direct door naar het koffieapparaat. Zonder twijfel drukken we nog een keer op de espressoknop. Dat is op dit moment geen luxe, maar pure noodzaak. Daarna pakken we een paar kleine broodjes, een yoghurt en wat fruit. Geen uitgebreid ontbijt vandaag, maar precies genoeg om de dag een beetje op gang te helpen. Langzaam beginnen we een beetje bij te komen, al blijft het gevoel van die gebroken nacht nog wel even hangen.
We pakken de laatste spullen uit de kamer en brengen alles naar de auto. Terwijl ik buiten sta, bedenk ik me ineens dat we de fietssleutels vergeten zijn. Ik probeer Karin nog even te bellen, maar nog voordat de telefoon overgaat zie ik haar al aan komen lopen. Dan moet ik dus toch nog een keer terug naar de kamer. Binnen vind ik de fietssleutels én het telefoonkoord van Karin. Nu hebben we echt alles bij ons en kunnen we vertrekken. Vanaf het hotel rijden we richting Doel.

Hoe dichter we in de buurt komen, hoe vreemder het landschap begint te worden. De industrie van de Antwerpse haven komt steeds nadrukkelijker in beeld. Grote installaties, kranen en pijpleidingen domineren de horizon. En dan, bijna abrupt, ligt daar ineens een dorp tussen. Bij de ingang van Doel, waar je in het weekend normaal gesproken je paspoort moet laten scannen, is het deze ochtend opvallend anders. De gemeente is bezig met schoonmaakwerkzaamheden en twee veegwagens blokkeren gedeeltelijk de weg. We moeten even wachten voordat we door kunnen rijden. Het geeft meteen een ander beeld dan het verlaten dorp dat we hadden verwacht.

We parkeren de auto bij de molen van Doel, een oude en karakteristieke molen waar ook het informatiekantoor is gevestigd. Alles ziet er nog rustig uit, het is tenslotte nog geen tien uur. In plaats van eerst naar binnen te gaan, besluiten we meteen te beginnen met een geocache die ons door het dorp leidt.
Al snel merken we dat het vandaag minder stil is dan gedacht. Bij de kerk zijn ze druk bezig om een muur weg te hakken. Het geluid van brekend steen galmt door de omgeving. Best bijzonder eigenlijk, want we hadden juist een bijna verlaten en rustige plek verwacht. In plaats daarvan is er her en der toch nog behoorlijk wat bedrijvigheid.

De geocache waar we voor kwamen blijkt helaas geen succes. Soms heb je van die dagen dat het gewoon niet wil lukken. Gelukkig komen we onderweg nog een traditionele cache en een labcache tegen. Die weten we allebei wél tot een goed einde te brengen, wat het toch weer een geslaagde ochtend maakt.

We lopen verder richting de dijk, waar je uitkijkt over de Schelde. Aan de ene kant het verlaten dorp, aan de andere kant de enorme bedrijvigheid van de haven. Dat contrast vat eigenlijk precies samen wat Doel is geworden. Aan het eind van de dijk vinden we nog een traditional geocache en lopen langzaam terug.
De reden waarom hier nog maar zo weinig mensen wonen, voel je hier bijna letterlijk. Jarenlang waren er plannen om het dorp te slopen voor de uitbreiding van de haven van Antwerpen. Bewoners werden uitgekocht en vertrokken één voor één. Wat overbleef, is een dorp dat langzaam leegliep, maar nooit helemaal verdween. Een klein aantal mensen bleef, tegen beter weten in, vasthouden aan hun huis en hun plek.

Na een tijdje lopen we terug naar de auto. Terwijl we wegrijden, kijken we nog één keer om. Doel verdwijnt langzaam uit beeld, maar het gevoel dat het achterlaat blijft nog wel even hangen. Voor de terugreis naar huis kiezen we voor de Liefkenshoektunnel. De ring van Antwerpen staat volledig vast en we hebben weinig zin om daar nog tijd te verliezen. Daarom besluiten we om via Bergen op Zoom terug richting Waalwijk te rijden.
Het is onderweg behoorlijk druk met vrachtverkeer, maar het blijft gelukkig allemaal redelijk doorrijden. Alleen bij Hooipolder hebben we nog even te maken met een korte file.
Onderweg maken we nog een tussenstop bij de McDonald’s, waar we een paar ham- en cheese burgers te scoren. Het duurt allemaal wat langer dan gehoopt, maar op dat moment maakt het ons eigenlijk niet zo veel meer uit.
Eenmaal weer thuis in Waalwijk voelen we pas echt hoe moe we zijn. Het was, zeker voor Karin, een intensief weekend veel, kilometers en weinig slaap. Maar tegelijkertijd kijken we terug op een paar mooie en bijzondere dagen.
Moe maar voldaan ploffen we uiteindelijk neer, helemaal uitgeteld, maar met een hoop herinneringen rijker.


